Kan regeneratieve veeteelt bijdragen aan bodemherstel?

Ja, regeneratieve veeteelt kan zeker bijdragen aan bodemherstel. Dat is zelfs een van de doelen van regeneratieve veeteelt of van regeneratieve landbouw in het algemeen. Daarvoor kunnen veehouders verschillende maatregelen toepassen, met name door gebruik te maken van blijvend, kruidenrijk grasland en die te bemesten met vaste dierlijke, strorijke mest of compost. Ook voor de teelt van maïs en andere voedergewassen zijn zulke maatregelen beschikbaar.

#biodiversiteit #regeneratieve veeteelt #bodemherstel

Wat is regeneratieve veeteelt?

De eerste vraag is wat onder ‘regeneratieve veeteelt’ wordt verstaan. Regeneratieve landbouw in het algemeen betreft vormen van landbouw (akkerbouw, tuinbouw, veeteelt en dergelijke), waarmee niet slechts de negatieve impact van gangbare landbouw worden beperkt maar zelfs een positieve impact wordt nagestreefd. Bijvoorbeeld moet de biodiversiteit (de rijkdom aan planten en dieren inclusief het leven in de bodem) dus niet verder af- maar toenemen in regeneratieve landbouwsystemen. Voor het thema ‘bodem’ betekent dit onder andere verbetering van het bodemleven en het organischestofgehalte (het gehalte aan koolstofhoudend materiaal in de grond, dat als voeding dient voor het bodemleven en stabiliteit geeft aan de bodem). Een goede bodem laat ook goed water door en heeft aan de andere kant een goed watervasthoudend vermogen, zodat het gewas in droge perioden van water kan worden voorzien. Ook de weerbaarheid van een goede bodem tegen bodemgebonden ziektes (veroorzaakt door organismen in de grond die planten ziek maken, zoals sommige soorten insecten, schimmels of aaltjes (vergelijkbaar met zeer kleine wormpjes)).

Regeneratieve landbouw in het algemeen betreft vormen van landbouw waarmee niet slechts de negatieve impact van gangbare landbouw worden beperkt maar zelfs een positieve impact wordt nagestreefd.

Nederlandse bodem

Anders gezegd, veeteelt wordt per definitie niet ‘regeneratief’ genoemd, als het niet bijdraagt aan bodemherstel. De term ‘regeneratief’ is zelfs ontstaan in een context van bodemherstel van met name zwaar aangetaste bodems, bijvoorbeeld door verwoestijning of verzilting (Schreefel et al., 2020). In Nederland is de bodem veel minder zwaar aangetast, maar er zijn wel zorgen over de bodemkwaliteit, zowel vanuit landbouwkundig als ecologisch oogpunt. De boeren in Nederland zorgen in het algemeen wel goed voor de bodem, maar de meeste gebruiken wel kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen en zware machines. Ze telen veel snijmaïs, aardappelen, suikerbieten, uien en peen. Door die intensieve vormen van landbouw kan de grond langzamerhand achteruit gaan: de vruchtbaarheid van de grond neemt af en het bodemleven gaat achteruit, al zijn de gewasopbrengsten per ha nog hoog (zie ook het opiniestuk op Foodlog). Het vraagt dus extra zorg van de boeren om die sluipende processen te stoppen en te werken aan verbetering van de bodem.

De boeren in Nederland zorgen in het algemeen wel goed voor de bodem, maar de meeste gebruiken wel kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen en zware machines.

Wat kunnen we doen voor bodemherstel?

De definitie voor ‘regeneratief’ is hierboven gegeven en uitgewerkt. Voor de dagelijkse praktijk is natuurlijk de vraag wezenlijk of veeteelt zo kan worden toegepast dat het inderdaad aan bodemherstel bijdraagt. Regeneratieve veebedrijven kunnen verschillende maatregelen toepassen voor bodemherstel op met name grasland. Voorbeelden daarvan zijn toepassing van zo weinig mogelijk kunstmest en in plaats daarvan vaste dierlijke, strorijke mest en compost op kruidenrijk, blijvend grasland met naast gras en kruiden ook klaver. Ook op percelen waar andere voedergewassen worden geteeld, zoals snijmaïs, is het effectief om vaste dierlijke, strorijke mest en compost te gebruiken. Dat kan worden gecombineerd met niet-kerende grondbewerking en met onder- of nazaai van groenbemesters. Niet-kerende grondbewerking betekent dat de boer niet ploegt maar de grond oppervlakkig bewerkt, zodat het bodemleven zo weinig mogelijk verstoord wordt. Groenbemesters zijn gewassen die geteeld worden om de bodem te verbeteren, niet voor voedsel voor mens of dier. Groenbemesters kunnen gedurende de winter blijven staan of, als gras als groenbemester wordt ingezaaid, na de winter als tijdelijk grasland kan worden gebruikt.

De mate waarin genoemde maatregelen effectief zijn, is momenteel nog volop in onderzoek. In grote lijnen komt daaruit bovenstaand beeld naar voren (zie ook Koopmans et al. (2019) voor wat eerste resultaten).

Hoe kwam dit antwoord tot stand?

Dit antwoord is geschreven door Bert Smit.
Reviewer: Ciska Veen
Redacteur: Joseline Houwman

Gepubliceerd op: 13 mei 2021

[1] Koopmans, Chr., B. Timmermans, J.P. Wagenaar, J. van ‘t Hull, M. Hanegraaf en J. de Haan, 2019. Evaluatie van maatregelen voor het vastleggen van koolstof. Resultaten uit Lange Termijn Experimenten (LTE’s). WUR, LBI en CLM. https://edepot.wur.nl/513436

[2] Schreefel, L., R.P.O. Schulte, I.J.M. de Boer, A. Pas Schrijver en H.H.E. van Zanten, 2020. Regenerative agriculture – the soil is the base. Global Food Security, 26. https://doi.org/10.1016/j.gfs.2020.100404