Kan Shell naar een ander land verhuizen om de uitspraak van de rechtszaak te ontlopen?

De rechtbank Den Haag heeft Shell veroordeeld om te zorgen voor minder CO₂ uitstoot door de Shell-groep, haar toeleveranciers en haar afnemers. Shell moet dat doen omdat zij door de uitstoot van CO₂ zo onzorgvuldig handelt dat dit handelen volgens de rechtbank onrechtmatig is. De rechtbank Den Haag kon deze zaak beoordelen, omdat Shell in Den Haag is gevestigd. Nu dit vonnis eenmaal is geveld, kan Shell niet ontkomen aan de gevolgen daarvan door buiten Nederland te verhuizen. Als de Nederlandse rechter eenmaal bevoegd is in een zaak, blijft hij bevoegd. Het enige dat Shell tegen het vonnis kan doen is in hoger beroep gaan. Zij heeft aangekondigd dat te doen. In dat hoger beroep kan Shell ook niet alsnog betogen dat de Nederlandse rechter niet over deze zaak mag oordelen. Dat had Shell namelijk bij de rechtbank al moeten opwerpen. Nu kan dat niet meer. Overigens was deze rechtszaak zelfs waarschijnlijk mogelijk geweest als Shell helemaal niet in Nederland zou zijn gevestigd.

#Milieudefensie #Klimaatzaak #Nigerdelta #Shell

Inleiding

Op 26 mei 2021 bepaalde de rechtbank Den Haag dat Royal Dutch Shell Plc (‘Shell’) via het concernbeleid van de Shell-groep moet zorgen voor minder CO₂ -uitstoot door de gehele Shell-groep, haar toeleveranciers én haar afnemers [1]. De rechtbank baseerde dit bevel op een dreigende schending door Shell van een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm in het Nederlandse recht, wat een onrechtmatige daad is. De rechtbank geeft de zorgvuldigheidsnorm inhoud aan de hand van een groot aantal omstandigheden, waaronder de beleidsbepalende positie van Shell binnen de Shell-groep, de CO₂ -uitstoot van de Shell-groep, en wat ervoor nodig is om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen.

Het was niet voor het eerst dat Shell zich bij de Nederlandse rechter moest verantwoorden voor milieu-gerelateerde claims. In januari 2021 sprak het gerechtshof Den Haag bijvoorbeeld enkele uitspraken uit in rechtszaken die waren aangespannen door vier Nigeriaanse boeren en Milieudefensie tegen Shell en een Nigeriaanse dochtermaatschappij, Shell Petroleum Development Company of Nigeria Ltd (‘Shell Nigeria’) [2]. Het standpunt van eisers in deze procedures is dat zij schade hebben geleden door olielekkages uit ondergrondse pijpleidingen en een olieboorput in Nigeria die door Shell Nigeria werden geëxploiteerd. Het gerechtshof kwam in 2015 al tot de conclusie dat het rechtsmacht had ten aanzien van de vorderingen tegen zowel Shell als Shell Nigeria. Nu oordeelde hij dat Shell Nigeria onrechtmatig heeft gehandeld en de – nog te bepalen – schade van de eisers moet vergoeden. Bovendien – en daarin zit de crux van deze uitspraak – veroordeelt hij Shell en Shell Nigeria om een beter lekdetectiesysteem te installeren welke lekkages beter en eerder kan opsporen. Het gerechtshof past overigens geen Nederlands, maar Nigeriaans recht (dat weer erg lijkt op Engels recht) toe.

Maar waarom kan de Nederlandse rechter deze bevelen geven aan Shell (en Shell Nigeria)? Met andere woorden: waarom heeft rechtbank en gerechtshof Den Haag internationale rechtsmacht?

pexels-brett-sayles-1184236.jpg

Afbeelding via Brett Sayles via Pexels

Waarom heeft de Nederlandse rechter internationale rechtsmacht?

Woonplaats van de gedaagde

De hoofdregel is dat de rechter van de plaats waar de gedaagde zijn woonplaats heeft internationale rechtsmacht heeft om de zaak te behandelen. Dit vloeit voort uit het Europees internationaal privaatrecht [3], dat hier van toepassing is. Het is ook de hoofdregel in het Nederlandse internationaal privaatrecht [4].

De aangezochte rechter bepaalt op grond van zijn eigen recht wat de ‘woonplaats’ van een gedaagde is [5]. Als het gaat om de woonplaats van een rechtspersoon, zal de Nederlandse rechter moeten toetsen waar die rechtspersoon volgens wettelijk voorschrift of volgens statuten of reglementen haar zetel heeft [6]. Voor Shell is dat Den Haag, waar ook het hoofdkantoor is gevestigd. Het gegeven dat Shell is opgericht als public limited company naar het recht van Engeland en Wales maakt niet uit. De plaats van de statutaire zetel kan dezelfde plek zijn als waar het hoofdkantoor is gevestigd, maar dat hoeft niet. Dat kan bijvoorbeeld zo zijn als een rechtspersoon nog is gevestigd in de gemeente waar het allemaal ooit in het schuurtje van de oprichter begon, maar de rechtspersoon ondertussen in een heel andere deel van het land een groot kantoor heeft staan. Het is daarom dat de Nederlandse rechter bevoegd was jegens Shell in zowel de klimaatzaak als in de zaak die was ingesteld door de Nigeriaanse boeren.

Samenhang

De bevoegdheid van de Nederlandse rechter jegens Shell Nigeria is gebaseerd op een bijzondere regel. Shell Nigeria heeft immers geen woonplaats in Nederland. Toch kon de Nederlandse rechter de vordering tegen Shell Nigeria beoordelen, omdat zij in ieder geval bevoegd was ten aanzien van Shell (met woonplaats in Den Haag) en – zo overwoog het gerechtshof – de vorderingen zodanig op elkaar zouden lijken dat het efficiënter zou zijn om ze tegelijkertijd te behandelen [7]. Zonder een dergelijke bijzondere regel zou immers het risico bestaan dat de Nigeriaanse en Nederlandse rechters (bijna) tegelijkertijd inhoudelijk dezelfde vordering zouden behandelen en tot tegenstrijdige oordelen zouden komen.

Als een vonnis eenmaal is uitgesproken dan kan een partij die is veroordeeld daar niet met een simpele verhuizing vanaf komen.

Was dat anders geweest als Shell geen woonplaats had in Nederland?

Waar doet het schadebrengende feit zich voor

Ook zonder woonplaats in Nederland, zou de klimaatzaak tegen Shell mogelijk zijn geweest. In dat geval had de Nederlandse rechter bevoegd kunnen zijn op grond van de bijzondere regel bij vorderingen uit onrechtmatige daad dat ook, als alternatief, de rechters van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan bevoegd zijn [8]. Deze plaats omvat zowel (i) de plaats waar de schade is ingetreden of kan intreden (het Erfolgsort of de locus damni) als (ii) de plaats waar de handelingen die in causaal verband staan met de schade zich hebben voorgedaan (het Handlungsort of de locus delicti commissi). Er kunnen dus meerdere rechters tegelijkertijd bevoegd zijn. Dit is vaste rechtspraak sinds het arrest Bier/Mines de Potasse d’Alsace (Kalimijnen) uit 1976 van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap [9]. Ook dat is overigens een zaak over milieuschade. De Franse kalimijnen deden massale zoutlozingen in de Rijn, waardoor stroomafwaarts een tuinder uit Nieuwerkerk aan de IJssel schade leed. De uitkomst was dat de Nederlandse tuinder terecht kon bij de rechtbank Rotterdam, omdat zijn schade daar was ingetreden.

Deze alternatieve grond voor rechtsmacht maakt het bovendien mogelijk om ook andere klimaatzaken tegen niet-Nederlandse bedrijven in te stellen bij de Nederlandse rechter. Aangenomen dat de rechtbank het bij het juiste eind had en de milieuschade inderdaad in Nederland intreedt, zal vervuiling veroorzaakt door andere petrochemische ondernemingen nou eenmaal even goed tot schade in Nederland leiden.

Het Erfolgsort

In de klimaatzaak zijn er verschillende omstandigheden denkbaar die de Nederlandse rechter rechtsmacht geven als rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich voordoet. Het meest voor de hand licht een beroep op het Erfolgsort: de schade doet zich overal in Nederland voor. Specifiek ging het ook om schade aan het Waddengebied in Nederland. Die schade bestaat er volgens de eisers vooral uit dat het Waddengebied niet meer droogvalt bij eb door de stijgende zeespiegel, met grote milieuschade tot gevolg. In de uitspraak zijn die omstandigheden ook behandeld in het kader van de bepaling van het toepasselijk recht (waar het Erfolgsort leidend is voor de bepaling van het toepasselijk recht). Wel waren de eisers dan uitgekomen bij de rechtbank Noord-Holland of Noord-Nederland, en niet in Den Haag.

Het Handlungsort

Het is daarnaast ook denkbaar dat er een Handlungsort in Nederland zou zijn. Bijvoorbeeld in het – onwaarschijnlijke – geval dat weliswaar de woonplaats van Shell buiten Nederland zou zijn, maar toch alle bestuursvergaderingen en algemene vergaderingen van aandeelhouders waarop het concernbeleid is vormgegeven in Nederland plaatsvonden.

In de Nigeriaanse zaken ligt dat anders. De bevoegdheid van het gerechtshof Den Haag hing volledig af van de omstandigheid dat Shell in Den Haag woonplaats heeft. Als Shell buiten Nederland was gevestigd, bijvoorbeeld in Londen, dan had de Nederlandse rechter in die zaak waarschijnlijk geen rechtsmacht kunnen aannemen. De uitzonderingsregel bij onrechtmatige daad is niet van toepassing: er is waarschijnlijk geen schadebrengend feit in Nederland te lokaliseren. De Nigeriaanse boeren leden hun schade waarschijnlijk slechts in Nigeria, waardoor het Erfolgsort buiten Nederland ligt. Als de onrechtmatige gedragingen van Shell (de concernleiding) bestaat uit het opzetten van een concernbeleid waarin het risico op de olielekken kon ontstaan of niet werd weggenomen, dan hangt het samen met de vestigingsplaats van Shell waar dat concernbeleid wordt vormgegeven. Als Shell dus buiten Nederland zou zijn gevestigd, dan lijkt het logisch dat het concernbeleid en dus de onrechtmatige gedraging zich ook buiten Nederland heeft voorgedaan.

Kan Shell nu nog onder de vonnissen van de rechtbank Den Haag uit door te verhuizen?

Nee, dat is niet mogelijk. Als een vonnis eenmaal is uitgesproken dan kan een partij die is veroordeeld daar niet met een simpele verhuizing vanaf komen.

Voor Shell zit er dus niets anders op dan de uitspraak te accepteren en na te leven of daartegen in hoger beroep te gaan. Shell kan dan niet alsnog aanvoeren dat de Nederlandse rechter onbevoegd is. Shell is in de eerste plaats gewoon te laat met dit argument. Een bevoegdheidsverweer moest meteen, voor alle andere verweren, worden opgeworpen bij de rechtbank. Als een gedaagde een dergelijk verweer niet meteen voert, wordt hij geacht de rechtsmacht te hebben geaccepteerd (zogenoemde vrijwillige prorogatie van rechtsmacht).

Ook als Shell in hoger beroep gaat, wat zij heeft aangekondigd [10], kan zij niet tussentijds verhuizen en alsnog aanvoeren dat de Nederlandse rechter vanaf de verhuizing geen internationale rechtsmacht meer toekomt. Het beginsel van perpetuatio fori staat hieraan in de weg. Het peilmoment voor de rechtsmacht van de Nederlandse civiele rechter is het moment van aanhangig maken van het geding: het moment van betekening van de dagvaarding [11]. Als de Nederlandse rechter op dat moment rechtsmacht heeft, dan blijft die rechtsmacht voortduren.

Het is ook de vraag of een verhuizing Shell zal beschermen tegen toekomstige klimaatzaken in Nederland. Als de eisers met succes betogen dat de schade in Nederland intreedt, dan blijft de Nederlandse rechter toch gewoon bevoegd om deze zaken te behandelen.

Hoe kwam dit artikel tot stand?

Dit artikel is geschreven door Olivier Schotel

Reviewer: Manuel Lokin

Redacteur: Kevin Helfer

Vraagsteller: Erik (39), Utrecht

Gepubliceerd op: 2-9-2021

Wat vond je van dit antwoord? Geef ons je mening!

[1] . https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:5337

[2] . https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Gerechtshoven/Gerechtshof-Den-Haag/Nieuws/Paginas/Shell-Nigeria-aansprakelijk-voor-olielekkages-Nigeria.aspx

[3] artikel 4 lid 1 Verordening (EU) 1215/2012 of ‘EEX-Vo (Herschikking)’ .

[4] artikel 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering of ‘Rv’ .

[5] artikel 62 lid 1 EEX-Vo (Herschikking) .

[6] artikel 1:10 lid 2 Burgerlijk Wetboek .

[7] artikel 8 lid 1 EEX-Vo (Herschikking) en artikel 7 lid 1 Rv .

[8] artikel 7 lid 2 EEX-Vo (Herschikking) en artikel 6, aanhef en onder e, Rv .

[9] . https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:61976CJ0021

[10] . https://www.shell.nl/media/persberichten/media-releases-2021/reactie-shell-op-uitspraak-klimaatzaak.html#english

[11] artikel 69 lid 1 Rv .