Waterkringloop
Als de oceaan opwarmt door klimaatverandering, dan warmt ook de lucht erboven op, en verdampt er meer water. Warm water verdampt immers sneller dan koud water. Wereldwijd en gemiddeld over een paar weken moeten verdamping en neerslag in evenwicht zijn. Er kan niet meer neerslag vallen dan er water verdampt, en al het verdampte water moet weer als neerslag terugvallen op de aarde. Meer verdamping leidt dus tot meer neerslag, de waterkringloop (hydrologische cyclus) versnelt.
Meer neerslag betekent nog niet dat de neerslag heviger wordt. Het zou ook gewoon vaker kunnen regenen. Dat de neerslag ook intenser wordt (een grotere hoeveelheid in dezelfde tijd) komt omdat warmere lucht meer waterdamp kan bevatten. Als het dan regent, kan er meer water tegelijk naar beneden komen. Dat zal niet bij elke bui het geval zijn, maar gemiddeld verwachten we dat de buien heviger worden.
Vochtgehalte van atmosfeer
Lucht bestaat uit een mengsel van gassen, voornamelijk zuurstof en stikstof. Die vormen samen ongeveer 99% van de atmosfeer. Bij de resterende 1% zit ook waterdamp. Er kan echter niet onbegrensd veel waterdamp in de lucht zitten. De grens noemen we de verzadigingsdampdruk of de verzadigingsvochtigheid. Ligt het waterdampgehalte boven deze grens, dan gaat het vocht condenseren. De watermoleculen klonteren samen en vormen druppels. Als deze druppels groot genoeg zijn, vallen ze naar beneden. Het regent.
De verzadigingsdampdruk is sterk afhankelijk van de temperatuur (Figuur 1). Hoe warmer de lucht, hoe meer waterdamp er in kan zitten (gekleurde streepjeslijnen). De toename bedraagt ongeveer 7% per graad opwarming. Dit noemen we vaak de Clausius-Clapeyron relatie [1].
Neerslag (regen) ontstaat als de lucht afkoelt en (een deel van) de waterdamp condenseert. De afkoeling wordt meestal veroorzaakt doordat warme lucht van de grond opstijgt en daarbij afkoelt. Want, hoe hoger je komt in de atmosfeer, hoe kouder het wordt. Omdat een warmere atmosfeer meer waterdamp kan bevatten, kan er bij condensatie ook meer vloeibaar water ontstaan (de twee paar blauwe en groene pijlen in Figuur 1). De neerslag word intensiever. Er komt meer water in dezelfde tijd naar beneden dan uit een koudere atmosfeer.
