Krijgen we door klimaatverandering steeds meer last van insectenplagen zoals bijvoorbeeld de eikenprocessierups?

Hoewel we inmiddels redelijk zeker weten dat klimaatverandering een effect heeft op insecten en waar ze voorkomen, is het erg lastig om te bepalen wat nu precies de invloed van klimaatverandering daarop is. De verspreiding van insecten wordt namelijk ook beïnvloed door andere menselijke activiteiten, zoals o.a. ontbossing, intensieve landbouw en veeteelt in internationale handel. Al deze activiteiten zorgen voor verstoringen van het natuurlijk evenwicht in ecosystemen, bijvoorbeeld bossen of heide, wat dan weer kan leiden tot het dominant worden van één soort, een plaag. Om dit soort plagen te voorkomen is het belangrijk dat niet alleen de gevolgen van klimaatverandering worden aangepakt, maar ook die van de andere menselijke activiteiten.

#plagen #biodiversiteit #ecosystemen #insecten

113-2.jpg

Afbeelding 1: Foto door Yavanna Aartsma

De eikenprocessierups is de laatste jaren veel in het nieuws door de vele overlast. Daarnaast lijken er ook andere insecten ‘op te rukken’, zoals tropische muggensoorten, de dennenprocessierups en de Aziatische hoornaar. In 2020 hadden we ook wereldwijde verwoestende treksprinkhanenplagen. Draagt klimaatverandering bij aan deze verschijnselen en kunnen we er in de toekomst meer van verwachten? Laten we beginnen met te zeggen: Over het algemeen gaat het helemaal niet goed met de insecten! Er komen ook steeds vaker alarmerende studies in het nieuws dat insecten wereldwijd massaal achteruit gaan. Je ziet dus eigenlijk steeds minder insecten om je heen. Hoe komt het dan dat sommige insecten daar minder last van lijken te hebben en plagen vormen? En wat heeft klimaatverandering ermee te maken?

Ecologische interacties

Het staat inmiddels redelijk vast dat klimaatverandering een effect heeft op een heleboel ‘ecologische interacties’, die daardoor ontwricht worden. Dit kan ertoe leiden dat sommige organismen opeens talrijker worden, anderen juist verdwijnen, of soorten opeens op een nieuwe plek opduiken. Maar wat is een ecologische interactie eigenlijk? In de natuur vind je heel veel soorten organismen (dwz planten, dieren, schimmels, bacteriën, ieder levend wezen) die bij elkaar voorkomen en op elkaar invloed hebben door middel van ecologische interacties. Denk bijvoorbeeld aan de predator-prooi relatie: predatoren eten prooien op, waardoor er minder prooien zijn. Hierdoor is er minder voedsel voor de predatoren, waardoor er (over langere tijd) minder predatoren zullen zijn, en het aantal prooien weer kan toenemen. Deze interacties zorgen voor een zeker evenwicht in de natuur tussen verschillende soorten organismen. De meeste organismen hebben ook niet maar één interactie, maar zijn onderdeel van een web aan interacties die elkaar allemaal kunnen beïnvloeden. Nu worden interacties ook wel eens verstoord. Bij klimaatverandering kan dat op verschillende manieren.

wespen

Afbeelding 2: Wespen zijn een vriend voor wie houdt van tuinieren. Ze jagen op schadelijke rupsen en vele andere plaaginsecten. Fotocredit Yavanna Aartsma.

Voorbeelden van insect-interacties die verstoord worden door klimaatverandering: de ‘mismatch’

Het is hierbij goed om te beseffen dat insecten koudbloedig zijn, wat betekent dat ze voor hun omgeving sterk afhankelijk zijn van de temperatuur. Bij hogere temperaturen zijn insecten doorgaans actiever. Dit betekent dat als temperaturen veranderen, de levenscyclus van insecten mee verandert. Wat betekent dit nou in de context van klimaatverandering? We zien dat over de afgelopen decennia er vaker zachte winters zijn en de lente ook steeds eerder begint. Bomen (bijvoorbeeld de eik) krijgen steeds vroeger in het jaar blad, en ook insecten (bijvoorbeeld de kleine wintervlinder) komen eerder tevoorschijn. In de lente komen de eitjes van de wintervlinder uit en zoeken de rupsjes naar jonge eikenbladeren. De timing is hierbij belangrijk: als ze te vroeg uitkomen, zijn de bladeren nog niet uitgekomen en is er geen voedsel. Maar als ze te laat uitkomen, zijn de eikenbladeren al ouder, wat betekent dat ze harder zijn en meer tannine bevatten: Voor de piepkleine rupsjes moeilijk om te eten. Vogels die deze rupsen nodig hebben in hun dieet, zoals koolmeesjes, verschuiven veel minder met het seizoen mee. Dit kan betekenen dat de vogels ‘te laat’ komen om de rupsen op te eten, wat nadelige gevolgen heeft voor de vogels. Kortom, door de verandering van de temperaturen in de winter en lente, verschuift de levenscyclus van de planten en dieren, maar niet allemaal op dezelfde manier. Dit kan erin resulteren dat er een ‘mismatch’ is tussen deze verschuivingen, waardoor ecologische interacties onder druk komen te staan. Een kanttekening bij deze vorm van ecologische verschuivingen is dat niet altijd duidelijk is of ze voor de lange termijn zijn, of dat het evenwicht zich uiteindelijk weer herstelt. Want zoals je misschien al door hebt, zijn de verschillende organismen van elkaar afhankelijk voor hun overleving. Degenen met de verkeerde timing zullen het niet redden, maar degenen die de juiste timing weten te vinden overleven. Op deze manier zien we dus ook dat de rupsen van de wintervlinder vandaag de dag een betere timing hebben dan enkele decennia terug!

Juist door in te zetten op het gezond houden van de natuur kunnen we plagen voorkomen

Seizoensverschuivingen zijn niet de enige manier waarop interacties verstoord kunnen worden door klimaatverandering. Een ander voorbeeld van een verschuiving van interacties, is migratie. Door klimaatverandering kunnen sommige gebieden minder geschikt worden voor bepaalde dier- en plantensoorten, en andere juist geschikter. Dit betekent dat hun leefgebied verplaatst. Zo komt het dat in Nederland steeds meer soorten verschijnen, die eigenlijk uit het zuiden van Europa komen. Een voorbeeld hiervan is de indrukwekkende tijgerspin, die steeds noordelijker te vinden is. En ook de kolibrievlinder, normaal gesproken een trekvlinder uit Zuid-Europa die in de winter niet overleeft, probeert te overwinteren in ons land. Dit soort beestjes kunnen slecht tegen koude winters met strenge vorst, maar die temperaturen komen steeds minder voor. De meeste zuidelijke dieren die zich hier vestigen, zullen niet snel een probleem vormen. Maar sommigen worden dat wel. Sommige exoten, zoals het ‘mediterraan draaigatje’, een mierensoort die flinke overlast kan veroorzaken, zijn via transport van planten door mensen hier terechtgekomen en verspreiden zich snel. Andere voorbeelden zijn de Aziatische hoornaar en de verschillende tropische muggensoorten. Ook hier spelen ecologische interacties een rol. Niet alle soorten kunnen zich even snel verspreiden richting nieuwe geschikte gebieden. Daarnaast worden sommige soorten een handje geholpen door mensen die op grote schaal goederen verplaatsen. Hierdoor kan het voorkomen dat een bepaalde soort arriveert in een nieuw gebied, maar zijn vijanden nog niet. Alweer een ‘mismatch’, maar dan ruimtelijk! Een geïmmigreerde diersoort kan dan als het ware ontsnappen aan zijn vijanden en ongecontroleerd zijn gang gaan.

Klimaatverandering is niet alles

Als je goed gaat kijken naar insecten die een ‘probleem’ veroorzaken, dan zie je dat verstoorde interacties hier meestal een rol bij spelen. Ontsnapt een insect aan zijn predator, of heeft het een voordeel over andere insecten, dan verschuift het evenwicht. Maar het is niet altijd makkelijk om te achterhalen in hoeverre klimaatverandering aan deze verstoringen bijdraagt of dat er nog andere oorzaken zijn. Het is belangrijk om je te realiseren dat de mens de natuur op nog veel meer (directe) manieren verstoort dan alleen via klimaatverandering. Dit kunnen we prima toelichten aan de hand van het voorbeeldinsect in de vraag, de eikenprocessierups. De eikenprocessierups zou in principe kunnen reageren op veranderingen in seizoenen, zachtere winters bijvoorbeeld. Maar we weten ook dat de eikenprocessierups strenge winters prima kan overleven. Het zou ook kunnen dat de droogte van de afgelopen jaren bijdraagt aan het probleem met de eikenprocessierups. Door droogte gaat de gezondheid van de eiken achteruit, waardoor ze vatbaarder zijn voor ziekten en plagen. Een gezonde boom kan zich op allerlei manieren verweren tegen ziekten en plagen, zoals met giftige stoffen in het blad. De droogte verstoort hierbij dus ook weer een interactie, tussen de boom en de rups. Maar naast deze twee factoren, waarbij klimaatverandering een rol zou kunnen spelen, moeten we absoluut niet de directe rol van de mens vergeten. De meeste eikenbomen in Nederland zijn aangeplant en vaak zijn het er erg veel dicht bij elkaar. Hierdoor is er dus veel voedsel beschikbaar voor eikenprocessierupsen en hoeft de eikenprocessievlinder niet lang te zoeken naar een nieuwe boom om eitjes op te leggen. Tijdig en gecoördineerd beheer speelt een cruciale rol bij het voorkomen van eikenprocessierupsenplagen. Klimaatverandering zou de timing van dit beheer lastiger kunnen maken, bijvoorbeeld het voorspellen wanneer in de lente met de bestrijding begonnen moet worden. De rups hoeft dit niet te doen, die reageert meteen op veranderende temperaturen. Op tijd beginnen met maatregelen is cruciaal voor het onder controle houden van overlast. Hierbij wordt ook gebruik gemaakt van natuurlijke bestrijding, zoals het ophangen van nestkasten voor koolmezen en het stimuleren van populaties van insecten die de eikenprocessierups aanvallen zoals bepaalde sluipwespen en lieveheersbeestjes.

Verarming van het landschap

Een andere factor die we niet moeten vergeten, is dat de mens op vele manieren een negatieve invloed heeft op de biodiversiteit. De biodiversiteit is de verscheidenheid aan soorten organismen die we vinden in de natuur. Zoals ik in het begin van dit stuk al aan gaf, gaat het eigenlijk helemaal niet goed met insecten. Dit geldt niet alleen voor zeldzame insecten, maar ook algemene insecten zien we steeds minder. De laatste jaren zijn er steeds meer alarmerende berichten over de ‘insect apocalypse’, een dramatische achteruitgang van insecten. Hiervoor is niet één oorzaak aan te wijzen, het is een breed scala aan menselijke activiteiten die insecten schaden. Voorbeelden van andere oorzaken zijn: Vervuiling van water, lucht en bodem, ontbossing, habitatversnippering, grootschalig gebruik van pesticiden, droogte, bosbranden, stikstofdepositie, lichtvervuiling, en vele anderen. Ecologische interacties worden door elk van deze oorzaken verstoord, wat dus evenwichten uit balans brengt. Zo kan het voorkomen dat sommige soorten predatoren als eerste het haasje zijn, maar dat hun prooi er minder last van heeft. Die prooi kan zich dan opeens veel meer gaan vermeerderen en dat kan een insectenplaag tot gevolg hebben. Dit is dan echter niet een teken dat de insecten het goed doen, het is een teken dat andere insecten het niet goed doen! En insecten zijn erg belangrijk voor het ecosysteem als een geheel. Ze zijn voedsel voor vele vogels en zoogdieren, ze bestuiven bloemen van planten (ook in onze landbouw) en de predatoren van potentiële plaaginsecten (zoals bladluizen en rupsen) houden populaties van deze insecten laag.

Bescherm biodiversiteit

Om ervoor te zorgen dat de soortenrijkdom op aarde niet verder afneemt door klimaatverandering en andere menselijke invloeden, is het belangrijk om de natuur zo robuust mogelijk te maken tegen deze veranderingen. Dit kunnen we doen door menselijke invloeden, zoals pesticidegebruik en stikstofdepositie, zoveel mogelijk te beperken, in te zetten op natuurherstel, beter groenbeheer en het verbinden van resterende habitat, en door anderen bewust te maken van het belang van biodiversiteit en insecten in het algemeen. Juist door in te zetten op het gezond houden van de natuur kunnen we plagen voorkomen.

Hoe kwam dit artikel tot stand?

Expert: Yavanna Aartsma

Reviewer: Jitte Groothuis

Redacteur: Joseline Houwman

Gepubliceerd op: 19 februari 2021

[1] Damien, M., & Tougeron, K. (2019). Prey–predator phenological mismatch under climate change. Current Opinion in Insect Science, 35, 60-68. .

[2] Harvey, J. A., Heinen, R., Armbrecht, I., Basset, Y., Baxter-Gilbert, J. H., Bezemer, T. M., . . . Cardoso, P. (2020). International scientists formulate a roadmap for insect conservation and recovery. Nature Ecology & Evolution, 4(2), 174-176. .

[3] Van Asch, M., Salis, L., Holleman, L. J., Van Lith, B., & Visser, M. E. (2013). Evolutionary response of the egg hatching date of a herbivorous insect under climate change. Nature Climate Change, 3(3), 244-248. .

[4] Wagner, D. L., Grames, E. M., Forister, M. L., Berenbaum, M. R., & Stopak, D. (2021). Insect decline in the Anthropocene: Death by a thousand cuts. Proceedings of the National Academy of Sciences, 118(2). .

[5] Deltaplan Biodiversiteit https://www.samenvoorbiodiversiteit.nl/

[6] Kennisplatform Processierups https://processierups.nu/