De totale hoeveelheid zonnestraling aan het aardoppervlak speelt een belangrijke rol in de energiebalans van de aarde – de balans tussen de hoeveelheid energie die de aarde opneemt, en weer uitstraalt. (Bron: KNMI - Energiebalans van de aarde). Variaties in de totale hoeveelheid zonnestraling aan het aardoppervlak op tijdschalen van tientallen jaren worden bijna volledig bepaald door de mate van bewolking. Variaties in de inkomende zonnestraling van de zon zelf, waaronder de 11-jarige zonnecyclus, zijn hiermee vergeleken klein (Bron: The Sun and Climate Change | Center for Science Education).
De opwarming van de aarde is het gevolg van een toename van de hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer, met name CO2. Deze opwarming door menselijk toedoen is enkele tientallen jaren deels gemaskeerd door luchtverontreiniging, vooral ook in Europa. Door het steeds meer opschonen van de atmosfeer is Europa de laatste jaren sneller opgewarmd dan de rest van de wereld [2]. Een andere belangrijke reden waarom Europa sneller opwarmt dan gemiddeld, is de snelle opwarming van noordelijke gebieden zoals Siberië en het noordpoolgebied in de winter. Als de wind nu uit die richting komt is deze (veel) minder koud dan vroeger. Hierdoor worden de winters in Europa snel minder koud.
Nederland warmt dus sneller op dan het wereldwijde gemiddelde door de toename in broeikasgassen. Recent is deze opwarming voor Europa sinds 1850-1900 op +2.3 graden warmer geschat, terwijl dit voor het wereldwijde gemiddelde ongeveer +1.3 graden is [1]. Een groot deel van deze opwarming is in de laatste tientallen jaren gebeurd. In 2023 was Europa in totaal 0.9 graden opgewarmd ten opzichte van de periode 1991-2020 [1].