Worden El Niño's erger door klimaatverandering?
Om deze vraag te beantwoorden moeten we eerst bij het begin beginnen: wat is El Niño? El Niño is een natuurlijk klimaatverschijnsel waarbij delen van de Stille Oceaan een tijd lang warmer worden. De invloed van deze schommeling in zeewatertemperatuur op het weer is wereldwijd. Peruaanse vissers gaven in de 19de eeuw El Niño zijn naam: in sommige jaren rond Kerst was het water rond de Peruaanse kust zo warm dat vissen wegbleven. El Niño – in het Spaans ‘het kerstkind’ – was voor hen een niet erg gewenst ‘kerstkind’. Ook nu nog wordt de temperatuur van het zeewater gebruikt om de sterkte van El Niño aan te gegeven. De meest gebruikte maat is de temperatuur van het zeewater aan het oppervlak in de Stille Oceaan in een bepaald gebied. De bekendste is de zogenoemde Nino3.4 index: de zeewatertemperatuur langs de evenaar in het gebied tussen 5°Z.B. en 5°N.B. en tussen 170°W.L. en 120°W.L.
Maar El Niño is veel meer dan de lokale zeewatertemperatuur. En de gevolgen van een El Niño blijven dan ook niet beperkt tot de Peruaanse kust of de Stille Oceaan. Het water in de oostelijke helft van de Stille Oceaan kan opwarmen doordat de wind tijdens een El Niño warm water naar het oosten blaast. Er ontstaat een terugkoppeling waarbij verschillende factoren een rol spelen: wind, de hoeveelheid koud water die omhoog komt, de warmtebalans en veranderingen in waar neerslaggebieden zich vormen. Normaal gesproken ligt er een neerslaggebied boven Zuidoost-Azië. Dit trekt tijdens een El Niño naar het oosten richting Stille Oceaan. Dit brengt allereerst droogte in Indonesië en de Filippijnen met zich mee. Maar daarnaast verandert ook het weer in grote delen verderop in de wereld. Sommige regio’s worden warmer, andere juist kouder, sommige natter, andere droger. In bijvoorbeeld delen van zuidelijk Afrika en Australië is vaker droogte tijdens El Niño. En in Zuid-Brazilië en Uruguay valt dan juist vaak meer regen. Zowel extreme droogte als extreme neerslag kan leiden tot mislukte oogsten. En dat kan op zijn beurt weer leiden tot hogere voedselprijzen wereldwijd.
