Kunnen boeren om compensatie vragen als er weer droogte is als gevolg van klimaatverandering?

Klimaatverandering leidt in Nederland tot steeds langdurigere en extremere perioden van droogte. Daardoor groeit het risico op schade door verdroging. Ook de landbouw heeft hier last van. Men kan zich daarom afvragen of boeren hun droogteschade wellicht via een aansprakelijkheidsclaim van de overheid vergoed kunnen krijgen. Deze vraag is gemakkelijker gesteld dan beantwoord. Voor een succesvolle vordering dient een boer namelijk aan te tonen dat de overheid in de fout is gegaan, dat hij daardoor schade heeft geleden, en dat hij zelf niets had kunnen doen om die schade te voorkomen of te beperken.

#landbouw #klimaatschade #droogte

Dit is een lastige vraag die niet zo maar met ja of nee kan worden beantwoord. Uiteraard kunnen boeren om compensatie vragen, maar de vraag of zij dat daadwerkelijk krijgen, op basis waarvan en van wie is daarmee nog niet beantwoord. Hieronder ligt de nadruk op de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de Nederlandse overheid voor klimaatschade, in het bijzonder op schadevergoedingsvorderingen op grond van onrechtmatige daad. Bij deze variant van aansprakelijkheid staat steeds een ‘fout’ (een onrechtmatige gedraging) centraal. Onder meer in dat opzicht onderscheidt deze compensatiemogelijkheid zich van bijvoorbeeld schadeverzekeringen, schadefondsen of andere (publiekrechtelijke) compensatiemechanismen, zoals de nadeelcompensatie. De hier bedoelde schadevergoedingsvorderingen onderscheiden zich bovendien van vorderingen zoals die in de Urgenda-zaak. Daar gaat het namelijk niet zozeer om compensatie van klimaatschade, maar om het verkrijgen van een rechterlijk bevel voor de overheid om verdergaande maatregelen te treffen om de gevolgen van klimaatverandering te beperken. Een dergelijk gebodsactie kan als ‘laagdrempeliger’ worden beschouwd, omdat dan bij de rechter ‘slechts’ hoeft te worden aangetoond dat de overheid een rechtsplicht schendt of dreigt te schenden die agrariërs tegen klimaatschade beoogt te beschermen. Bij schadevergoedingsclaims dient, zoals zal blijken, meer te worden aangetoond.

In de eerste plaats moet worden bedacht dat de vraag of schadevergoeding moet worden uitgekeerd steeds van geval tot geval dient te worden beoordeeld. De ene boer is de andere niet; men kan niet in algemeenheid stellen dat ‘de boeren’ wel of geen recht op schadevergoeding hebben. Soms wordt in compensatie van schade voorzien via bijvoorbeeld een verzekering of een schadefonds. Dan komt aan een schadevergoedingsvordering zoals hier bedoeld geen belang meer toe, want schade kan niet meerdere keren worden vergoed. Heeft een agrariër geen (brede weers)verzekering tegen de gevolgen van droogte of is er geen schadefonds waartoe hij zich kan wenden, dan kan deze de overheid aansprakelijk proberen te stellen voor de door haar of hem geleden klimaatschade. De agrariër dient dan aannemelijk te maken dat de overheid een fout heeft gemaakt, en dat de overheid zich meer en beter had moeten inspannen om deze klimaatschade te voorkomen of beperken. Het kan behoorlijk lastig zijn om aan te tonen dat de overheid zich in dit opzicht, zoals juristen dat noemen, inderdaad onrechtmatig heeft gedragen jegens een individuele agrariër. Ook als wel kan worden aangetoond dat de Nederlandse overheid een algemene verplichting heeft om maatregelen te nemen om de schadelijke gevolgen van klimaatverandering zoveel mogelijk te voorkomen (en deze plicht wellicht zelfs heeft geschonden), dan staat daarmee nog niet vast dat deze verantwoordelijkheid ook strekt ter bescherming van boeren tegen schade zoals zij die hebben geleden.

Voorts dient te worden aangetoond dat de verdrogingsschade (of liever: welk deel van de schade precies) het gevolg is van de onrechtmatige gedraging; in juridische termen betreft het de vraag in hoeverre er een causaal verband bestaat tussen de fout en de schade. Zou de schade er niet zijn geweest als de fout niet was gemaakt? Of heeft de schade wellicht (gedeeltelijk) een andere oorzaak? Verdrogingsschade is immers lang niet altijd alleen het gevolg van klimaatverandering, maar kan ook ontstaan door (overmatige) grondwateronttrekkingen voor drinkwaterwinning of industriële activiteiten (waarvoor trouwens via een bijzondere schadevergoedingsregeling in de Waterwet compensatie kan worden gekregen), of door andere maatregelen in het waterbeheer om de grondwaterstand op een gewenst peil te houden. Het is lastig om te bepalen welke deel van de schade precies welke oorzaak heeft. Toch is het is aan de boer om te stellen en te bewijzen dat haar of zijn schade het directe gevolg is van het tekortschieten van de overheid in haar plicht om tegen klimaatschade te beschermen. Ten slotte is bij de beoordeling van een schadevergoedingsvordering nog van belang in hoeverre een agrariër de verdrogingsschade zelf had kunnen of moeten voorkomen of beperken. Hoe groot is de eigen verantwoordelijkheid van agrariërs om zelf schadebeperkende maatregelen te nemen (bijvoorbeeld door noodwatervoorraden aan te leggen), en in hoeverre kan het dus worden gezien als hun eigen schuld dat zij schade lijden? In de juridische literatuur wordt in dit opzicht regelmatig gewezen op de eigen verantwoordelijkheid van agrariërs om meer zelf te voorzien in de (nood)waterbehoefte of om hun waterbehoefte te verkleinen door hun bedrijfsvoering aan te passen.

Kortom: hoewel het niet is uitgesloten dat verdrogingsschade door klimaatverandering in concrete gevallen door de overheid moet worden vergoed, kan men daar absoluut niet zonder meer en in algemene zin van uitgaan. Er zijn in elk geval tot nu toe geen gevallen bekend waarin de rechter de overheid verplichtte tot vergoeding van droogteschade als gevolg van klimaatverandering waartegen de overheid bescherming had moeten bieden

Hoe kwam dit artikel tot stand?

Dit antwoord is geschreven door Herman Kasper Gilissen.

Reviewer: Tim Bleeker

Redacteur: Sanli Faez