In een eerdere KlimaatHelpdesk vraag beantwoord door Carine Homan, blijkt dat alle KNMI scenario’s (KNMI, 2023) drogere zomers en nattere winters voor Nederland voorspellen met gemiddeld hogere temperaturen en in de zomer meer warme dagen boven de 30 ⁰C. Met name droge en hetere zomers hebben grote gevolgen voor de natuur op de Veluwe.
Hoog en droog?
Van alle bossen in Nederland komt ongeveer 70% voor op de ‘hoge zandgronden’ (CLO, 2025a): dit zijn hooggelegen gebieden met een zandige ondergrond. De Veluwe is het grootste gebied. Maar in vergelijkbare gebieden zoals de Utrechtse Heuvelrug, de Sallandse Heuvelrug of de Hondsrug in Drenthe komen ook dergelijke bossen voor. Figuur 1 laat de hooggelegen Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug goed zien. Al deze gebieden hebben drie gemeenschappelijke kenmerken. 1) Het zijn oude stuwwallen ontstaan in de voorlaatste IJstijd, doordat ijsmassa’s vanuit Scandinavië zand voor zich uit en omhoogduwden. 2) Als gevolg hiervan liggen de gebieden vandaag de dag hoger dan het omliggende landschap. 3) Het grondwater ligt vaak erg diep waardoor het onbereikbaar is voor de wortels van bomen en planten. De gebieden zijn ook belangrijke infiltratiegebieden van regenwater. Infiltratiegebieden zijn plekken waar het regenwater langzaam zakt naar diepere grondlagen waar het uiteindelijk het grondwater bereikt.
Dat oude grondwater heeft een hele goede kwaliteit en is een belangrijke bron voor natuurgebieden rondom de Veluwe, zoals het oosten van de Veluwe, de Randmeerkust, de Gelderse Vallei en Flevoland (zie Figuur 1). Ook wordt er grondwater opgepompt om te gebruiken als drinkwater. In de lagere gebieden rondom de Veluwe zit het grondwater niet diep onder de grond, maar komt dit juist aan de oppervlakte (dit heet kwel). Deze gebieden zijn erg nat van nature, daarom zijn hier in het verleden veel sloten en ontginningskanalen gegraven om het overvloedige regenwater snel af te voeren.