Zal er komende jaren in de Alpen minder sneeuw vallen door de opwarming van de aarde?

Op de korte termijn blijven de winters in de Alpen heel grillig, met soms heel veel sneeuw en soms ook weinig. Maar op de langere termijn van tientallen jaren neemt de hoeveelheid sneeuwval af. Doordat de atmosfeer opwarmt, valt een steeds kleiner deel van de winterneerslag in de vorm van sneeuw, en een steeds groter deel in de vorm van regen. In de meeste prognoses betekent dat in feite het einde voor lager gelegen skigebieden (<1200 meter). Voor de hoogst gelegen skigebieden neemt de sneeuwbedekking ook duidelijk af tegen het einde van deze eeuw, maar kan wintersport op echte sneeuw nog worden beoefend. Desondanks kan het skiseizoen ook hoog in de bergen (tot 3000 meter), afhankelijk van de toekomstige opwarming, 2 tot 4 weken later van start gaan dan nu, en 1 tot 3 maanden eerder eindigen.

#sneeuw #skigebieden #winterneerslag

De aarde warmt op, maar wat is daarvan de invloed op de hoeveelheid sneeuw die er valt in de Alpen? En wat betekent dat voor bijvoorbeelde de wintersport?

In de Alpen is al tientallen jaren een neergang van de sneeuwcondities zichtbaar, maar het patroon is wel heel grillig: het sneeuwseizoen wordt iedere 10 jaar ongeveer 5 dagen korter en de gemiddelde sneeuwdiepte neemt ook licht af (zie bijvoorbeeld Durand et al., 2009, of Beniston et al., 2018). De afname is het sterkst voor laaggelegen berggebieden (lager dan 2000 meter), en minder sterk of afwezig voor hooggelegen gebieden (hoger dan 2000 meter). Er zijn twee oorzaken aan te wijzen voor deze afname. Ten eerste zorgen hogere temperaturen in de winter en het voorjaar voor een vroegtijdig einde van de sneeuwbedekking in het voorjaar: de sneeuw smelt sneller en is dus eerder weg (Klein et al., 2016). Ten tweede valt in het winterhalfjaar een groter deel van de neerslag in de vorm van regen in plaats van sneeuw. Ook dit komt doordat het warmer wordt. Het gevolg is dat er minder sneeuw blijft liggen, én dat de sneeuw die er al ligt van slechte kwaliteit wordt door de regen die erop valt (Serquet et al., 2011). Dit effect is heel sterk in lagergelegen gebieden, en verklaart dat de sneeuwcondities in laaggelegen gebieden veel sneller achteruitgaan dan hoog in de bergen.

Toch is er nog steeds een heel grote variatie van jaar tot jaar. Jaren met extreem veel sneeuwval worden afgewisseld met jaren waarin nauwelijks sneeuw valt. De condities zijn ook per jaar voor verschillende delen van de Alpen heel verschillend. Zo is het de afgelopen jaren regelmatig voorgekomen dat dorpen in Oostenrijk ingesneeuwd raakten, terwijl in de Italiaanse Alpen nauwelijks een vlok sneeuw viel.

In de komende tien of twintig jaar zal de variatie van jaar tot jaar nog sterker zijn dan een structurele afname.

Tot zover de waarnemingen. Nu de prognoses.

In de komende tien of twintig jaar zal de variatie van jaar tot jaar nog sterker zijn dan een structurele afname. Maar afhankelijk van de mate van toekomstige opwarming gaat zowel de lengte van het sneeuwseizoen als de dikte van de sneeuw de rest van de eeuw sterk afnemen. Daarbij kan over 60 of 70 jaar het sneeuwseizoen twee tot vier weken later van start gaan dan nu, en ook één tot drie maanden eerder eindigen (Marty et al., 2017).

Qua weer en klimaat zijn er twee ontwikkelingen te onderscheiden. In de eerste plaats lijkt er meer neerslag te gaan vallen in Centraal-Europa de komende eeuw (Marke et al., 2015). Dit zou kunnen betekenen dat er meer sneeuw valt. Maar tegelijkertijd wordt het in alle seizoenen warmer, waardoor er meer en vaker smelt optreedt, en waardoor een groter deel van de neerslag valt als regen. Dit laatste effect domineert in alle klimaatmodellen, en de toegenomen neerslag kan niet compenseren voor de toegenomen hoeveelheid regen en extra smelt door hogere temperaturen (Marty et al., 2017; Beniston et al., 2018). Per saldo neemt de sneeuwbedekking dus toch af, ondanks de toegenomen neerslag.

In laaggelegen skigebieden kan bij sterke opwarming in de praktijk het skiën op echte sneeuw wel afgeschreven worden: op minder dan vijf dagen per jaar valt er dan nog sneeuw. In hoger gelegen skigebieden neemt de sneeuwdikte weliswaar sterk af, maar kan het skiseizoen nog redelijk intact blijven. Langzaamaan gaat de wintersport op echte sneeuw zich dus meer en meer concentreren op de hoogstgelegen skigebieden.

Per saldo neemt de sneeuwbedekking dus toch af, ondanks de toegenomen neerslag.

Het blijkt sterk uit te maken in hoeverre de opwarming van het alpengebied verloopt. Bij een sterke afremming van de opwarming, in lijn met de klimaatafspraken uit Parijs van 2015, kan over de hele Alpen gerekend nog circa 70% van de huidige sneeuwbedekking blijven bestaan. Bij sterkere opwarming resteert nog slechts ongeveer 30% van de huidige sneeuwbedekking aan het einde van de eeuw, met grote gevolgen voor de toerismesector in het Alpengebied (Marty et al., 2017).

Hoe komt dit artikel tot stand?

Dit antwoord is geschreven door Peter Kuipers-Munneke voor KlimaatHelpdesk.
- Reviewer: Peter Bijl
- Redacteur: Sanli Faez

[1] Beniston, M. et al., 2018. The European mountain cryosphere: a review of its current state, trends, and future challenges. The Cryosphere, 12, 759-794. https://doi.org/10.5194/tc-12-759-2018

[2] Durand, Y. et al., 2009. Reanalysis of 47 years of climate in the French Alps (1958–2005): climatology and trends for snow cover. J. Appl. Meteorol. Clim., 48, 2487–2512, https://doi.org/10.1175/2009JAMC1810.1

[3] Klein, G. et al., 2016. Shorter snow cover duration since 1970 in the Swiss Alps due to earlier snowmelt more than later snow onset. Climatic Change, 139, 637–649, https://doi.org/10.1007/s10584-016-1806-y

[4] Marke, T.et al., 2015. Scenarios of future snow conditions in Styria (Austrian Alps). J. Hydrometeorol., 16, 261–277, https://doi.org/10.1175/JHM-D-14-0035.1

[5] Serquet, G. et al., 2011. Seasonal trends and temperature dependence of the snowfall/precipitation-day ratio in Switzerland. Geophys. Res. Lett., 38, 14–18, https://doi.org/10.1029/2011GL046976