Wat is het akkoord van Parijs en wat hebben we er aan?

Het Klimaatakkoord van Parijs is een wereldwijde overeenkomst van de Verenigde Naties die eind 2015 ondertekend werd door vrijwel alle landen ter wereld. Hierin zijn onder andere vrijwillige afspraken gemaakt om de opwarming van de aarde af te remmen door de uitstoot van broeikasgassen (met CO₂ als het belangrijkste gas) terug te dringen. Het doel is om de opwarming wereldwijd gemiddeld tot ruim beneden de 2 graden te beperken, liefst tot niet meer dan 1.5 graden ten opzichte van de gemiddelde temperatuur op aarde voor de industriële revolutie in de 19e eeuw. Het akkoord verplicht de deelnemende landen om plannen in te dienen voor nationaal klimaatbeleid en om over de uitvoering daarvan te rapporteren. De inspanningen die landen nu hebben beloofd voor de komende jaren zijn niet genoeg om de opwarming tot ruim beneden 2 graden te beperken en zullen stevig opgevoerd moeten worden om de gestelde grens aan de opwarming alsnog binnen bereik te houden. Nederland heeft als gevolg van het Klimaatakkoord van Parijs in 2019 een nationaal Klimaatakkoord afgesloten en een Klimaatwet aangenomen en streeft er naar om de broeikasgasuitstoot binnen Nederland in 2030 te halveren en in 2050 terug te brengen naar netto bijna nul. De uitvoering daarvan raakt onze samenleving tot achter de voordeur.

#parijsakkoord #Green Deal #energietransitie #klimaatakkoord #klimaatbeleid

Geschiedenis

Wetenschappers waarschuwden aan het eind van de jaren tachtig voor de gevaren van door de mens veroorzaakte klimaatverandering. In 1992 is daarom een wereldwijd VN raamverdrag afgesloten (onderdeel van de zogenaame Rio de Janeiro-verdragen over wereldwijde milieuvraagstukken), met daarin algemene voornemens om gevaren van klimaatverandering tegen te gaan: de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) [1]. Sindsdien worden er onder dit verdrag jaarlijks klimaattoppen door regeringen gehouden. In 1997 is het ‘Kyoto protocol’ geboren, als onderdeel van het UNFCCC, waarin werd vastgelegd dat een aantal rijke landen hun broeikasgas-uitstoot aantoonbaar moesten verminderen – in eerste instantie met doelen voor 2012: gemiddeld 5 % minder uitstoot dan in 1990 [2]. Ontwikkelingslanden hoefden daar nog niet aan mee te doen. Die eerste ronde werkte nog redelijk (zij het zonder de USA), maar een tweede ronde met doelen voor 2020 is maar heel gebrekkig op gang gekomen. Veel landen wilden zich niet de wet laten voorschrijven door een wereldwijd verdrag. Voor de langere termijn bleek dit Kyoto Protocol niet goed werkbaar om alle landen, inclusief de ontwikkelingslanden, mee te krijgen. Vooral belangrijke spelers als de USA, China, Rusland, India en Brazilië zagen een dergelijk wereldwijd bindend VN-verdrag, met verregaande consequenties voor de economie, als een potentiële inbreuk op hun soevereiniteit.

In Parijs werd daarom gekozen voor vrijwillige inspanning, waarin landen zelf konden bepalen welke broeikasgasdoelen ze verantwoord achtten. Ook werd het toen belangrijker om de ontwikkelingslanden aan boord te krijgen, die door hun economische ontwikkeling een steeds groter aandeel hebben gekregen in de uitstoot van broeikasgassen. De twee grootste machtsblokken, China en de VS (toen nog onder Obama), waren het in de aanloop naar ‘Parijs’ al eens geworden om samen op te trekken in de strijd tegen gevaarlijke opwarming, wat zeker heeft geholpen om in 2015 een nieuwe wereldwijde overeenkomst te sluiten onder het UNFCCC: het Klimaatakkoord van Parijs [3]. Daar werden de staatshoofden en regeringsleiders van vrijwel alle landen (190 van de 197 VN lidstaten) na lang onderhandelen het eens over een nieuwe aanpak. Ook de ontwikkelingslanden, inclusief China, India en Brazilië, hebben beloofd hun broeikasgasuitstoot terug te dringen.

72 - Countries that signed the Paris Agreement

Op de kaart hierboven staan in lichtgroen de landen wiens staatshoofd of regeringsleider het Parijsakkoord heeft ondertekend (signed) ten tijde van 24 februari 2021. In donkergroen staan de landen wiens parlement of senaat het akkoord nog eens hebben bekrachtigd (ratified). Aangepast van het origineel op Statista.

Wat staat er in het Klimaatakkoord van Parijs?

In het Klimaatakkoord van Parijs zijn afspraken gemaakt om de opwarming van de aarde af te remmen door de uitstoot van broeikasgassen (met CO2 als het belangrijkste gas) terug te dringen. Het doel is om de opwarming tot ruim beneden de 2 graden te beperken, liefst tot niet meer dan 1.5 graden, ten opzichte van de industriële revolutie in de 19e eeuw. Alle deelnemende landen hebben in dat akkoord aangegeven hoe snel ze hun broeikasgasuitstoot zelf willen verminderen – dat hebben ze gedaan door het indienen van hun zogenaamde ‘Nationally Determined Contributions’ (NDCs) [4]. Die moeten om de 5 jaar worden herzien en zo nodig versterkt. De rijke landen hebben geld beloofd (100 miljard dollar per jaar) aan ontwikkelingslanden om ze te helpen met de aanpak van de broeikasgassen en met noodzakelijke aanpassingen ten gevolge van klimaatverandering.

Het Akkoord regelt verder hoe de deelnemende landen moeten rapporteren over hun plannen, voortgang en resultaten, zowel over de aanpak van de broeikasgassen als over de reeds noodzakelijke aanpassingen aan klimaatverandering. De beloofde financiële en technologische hulp aan de ontwikkelingslanden moet worden nagekomen, maar dat komt maar langzaam op gang.

De spelregels voor de uitvoering van het Parijs akkoord zijn neergelegd in een ‘Rule Book’ [5]. Dat is grotendeels klaar, maar een nog onopgelost struikelbok, dat op de klimaattop in Glasgow eind 2021 terugkomt op de agenda, is de voorziening om de handel in uitstootrechten (artikel 6 over ‘carbon markets’) tussen landen onderling mogelijk te maken [6]. Landen en bedrijven die hun broeikasgassen sterker hebben terug weten te dringen dan gepland kunnen uitstootrechten verkopen aan anderen die daar moeite mee hebben. Zo kunnen ze voor hetzelfde geld soms meer uitstootvermindering bewerkstelligen dan binnen eigen landsgrenzen en de atmosfeer maakt het niet uit waar de reducties plaatsvinden. Er is nu nog strijd over de spelregels. Deze voorzieningen zijn overigens niet onomstreden. Sommigen zien zo’n mechanisme als een manier waarmee rijke landen of bedrijven het terugdringen van hun eigen broeikasgas-uitstoot kunnen afkopen.

Wat hebben we er aan?

Het Parijs Akkoord is tot nu toe het meest omvattende voornemen van de VN landen, op het allerhoogste niveau van regeringsleiders en staatshoofden, om de door de mens veroorzaakte klimaatverandering wereldwijd aan te pakken, zowel door ontwikkelde- als ontwikkelingslanden.

Het Parijs akkoord heeft niet alleen een enorme duw gegeven aan regeringen, maar ook aan lagere overheden, steden, maatschappelijke organisaties, burgerinitiatieven, de onderzoekswereld, en het bedrijfsleven - van kleine ondernemingen tot multinationals – om de gevaren van klimaatverandering tegen te gaan bieden. Deze hebben op hun beurt ook invloed uitgeoefend in de lange aanloop naar het Parijs akkoord. Er is dus een wisselwerking tot stand gekomen. Het akkoord geeft een houvast en richting aan al deze instanties om het proces gaande te houden. Reductiedoelen zoals die in het Parijsakkoord zijn vrijwillig maar niet per se juridisch vrijblijvend. Dat is bijvoorbeeld gebleken uit de baanbrekende Urgenda-klimaatzaak [7].

Het Parijs Akkoord is tot nu toe het meest omvattende voornemen van de VN om de door de mens veroorzaakte klimaatverandering wereldwijd aan te pakken

De inspanningen die landen nu hebben beloofd voor de komende jaren zijn nog onvoldoende om de doelstelling van ruim beneden 2 graden opwarming eind deze eeuw binnen bereik te houden. We zijn nu op weg naar een opwarming van ruim 3 graden, dus die inspanningen zullen overal moeten worden vergroot en dat is een extreem lastige opgave. Desondanks zouden we zonder dat akkoord al op weg zijn naar 4 of 5 graden opwarming aan het eind van deze eeuw met alle desastreuze gevolgen van dien.

Wat doen wij er mee?

De landen die aangesloten zijn bij het Parijs Akkoord zijn bezig de beloftes om te zetten in daden. De VS zijn er onder Donald Trump weliswaar uitgetreden maar de nieuwe president Joe Biden heeft deze uittreding weer ongedaan gemaakt.

De EU is een toonaangevende speler en ondertekenaar van het Parijs akkoord en heeft in 2020 een ‘Green Deal’ opgesteld, waarin doelstellingen voor 2030 en 2050 zijn opgenomen: 55 % minder uitstoot in 2030 en netto nul in 2050 [9]. Er zijn door de EU, al voordat het Parijs akkoord er was, wetten gemaakt om het uitstoten van CO2 door grote industrieën en elektriciteitscentrales te verminderen. Deze sectoren moeten uitstootrechten kopen via het Emission Trading System (ETS) onder een EU-gemeenschappelijk emissieplafond dat steeds lager wordt. Hierdoor worden de uitstootrechten geleidelijk duurder en CO2-vrije alternatieven dus aantrekkelijker [10]. De EU lidstaten hebben bovendien verplichtingen op zich genomen voor de vermindering van de uitstoot in eigen land van de sectoren: gebouwde omgeving, transport, land- en tuinbouw, en midden –en kleinbedrijf.

Nederland heeft – als EU lid – in 2019 een nationaal Klimaatakkoord opgesteld, en streeft er naar de broeikasgasuitstoot van Nederland in 2030 te halveren ten opzichte van 1990 [11]. De ambitie is om die in 2050 terug te brengen naar vrijwel nul. Het plan voor zo’n klimaatakkoord was al onderdeel van het Regeerakkoord van Rutte-III in 2017 [12]. De doelen zijn ook vastgelegd in de Klimaatwet (2019), waarmee ook de richting van het klimaatbeleid voor toekomstige regeringen is vastgelegd [13]. De hoofdmoot van het Klimaatakkoord is de energietransitie: geen aardgas, olie, benzine of diesel maar elektriciteit uit zon en wind, energiebesparing, groen gas en duurzame warmte. Dit heeft ook gevolgen - tot achter de voordeur - voor ons dagelijks leven: hoe we onze woningen verwarmen, hoe we eten koken en hoe we reizen. Het betekent ingrijpende aanpassingen voor de bedrijven. De uitvoering daarvan brengt ook lastige vraagstukken met zich mee: is er wel genoeg ruimte voor die windmolens, zonneparken en bosaanplant? Er zijn immers ook meer ruimteclaims voor huizenbouw, bedrijventerreinen en wegen, meer natuur en duurzamere landbouw. Van het aardgas af, maar wat komt er in de plaats? En wie betaalt de rekening? Is er wel voldoende draagvlak bij de burgers? Kortom vele uitdagingen die mede bepalend zullen zijn voor de politieke en maatschappelijke agenda in de komende jaren.

De EU Green deal, het Nederlandse Klimaatakkoord en Klimaatwet, en wat daar voor de burger aan vast zit, zijn dus het gevolg van het Parijsakkoord. Daarin ligt ook besloten dat de deelnemende landen periodiek hun ambities moeten opschroeven. Dat zal eind 2021 op de klimaattop in Glasgow moeten gebeuren. De EU heeft al aangekondigd de ambitie van een vermindering van de uitstoot met ‘tenminste 40 % minder uitstoot ten opzichte van 1990” te verhogen naar 55%, en naar 100% in 2050. Nederland zal – evenals andere lidstaten – ook een schepje bovenop de 49% in 2030 en de 95% in 2050 moeten doen (stand van zaken begin 2021).

Hoe kwam dit artikel tot stand?

Dit artikel is geschreven door Leo Meyer.

Reviewer: Oscar van Vliet

Redacteur: Arfor Houwman

Gepubliceerd op: 24 februari 2021